Japanse Literatuur
De japanse literatuur neemt een periode in beslag van bijna tweeduizend jaar van schrijven. Het vroege werk was hevig beïnvloed door chinese literatuur, maar japan ontwikkelde snel een eigen stijl en kwaliteit. Toen Japan in de 19e eeuw zijn deuren weer opende voor de westerse handel en diplomatiek, had de westerse literatuur een sterk effect op japanse schrijvers, en deze invloed kan je vandaag de dag nog steeds zien.Zoals bij alle literatuur, kun je de het best de originele japanse literatuur lezen. Door de diepe taalkundige en culturele verschillen zijn veel japanse woorden en zinnen moeilijk te vertalen. Ookal zijn japanse literatuur en japanse schrijvers misschien niet zo bekend in Europa en Amerika, Japan heeft een antieke en rijke literatuur traditie waaraan 1500 jaar aan is gewerkt.
Nara Periode (710-794)
De japanse literatuur is begonnen door mondelinge tradities die in de vroege achtste eeuw eerst geschreven werden nadat het een schrijfsysteem van China had overgenomen. De Kojiki ("Record of Ancient Matters") en Nihon shoki (Kroniek van Japan) werden in 712 en 720 afgerond, respectievelijk als projecten van de overheid. Het meest geweldige resultaat van deze periode was Man´yoshu (Collectie van Tien Duizend Vertrekken), een dossier van 4500 gedichten geschreven door verschillende soorten mensen, van onbekend to keizers en het is rond 759 bij elkaar gevoegd. Er verscheen een vers vorm wat bestond uit 31 lettergrepen (5-7-5-7-7 omvat) bekend als tanka. In 905 werd de Kokin wakashu of Kokinshu (collectie van gedichten uit oude en moderne tijden) gepubliceerd als het eerste poëzie dossier in opdracht van een keizer.
Heian Periode (794-1185)
In de glanrijke aristocratische cultuur die bloeide in de elfde eeuw, een tijd waarin het gebruik van het hiragana alfabet verspreidt werd, speelden dames van de rechtbank een centrale rol in de ontwikkeling van literatuur. Een van hen, Murasaki Shikibu, schreef een 54 hoofdstuk tellende roman Genji monogatari (Verhaal van Genji) (begin 11e eeuw, ca 1008). terwijl een ander, Sei Shonagon, Makura no soshi schreef (Het kussen boek), een diverse collectie van notities en opstellen (rond 99). Anderen schreven ook dagboeken en verhalen, en hun psychologische beschrijvingen blijven vers en levendig, ook in voor de hedendaagse lezer. Het voorkomen van de Konjaku monogatari (verhalen van een tijd dat nu tot het verleden behoort) voegde ron 1120 een nieuwe dimensie toe aan de literatuur. Deze collectie van meer dan 1000 boedhisten en niet religieuze verhalen uit India, Chine en Japan is vooral opmerkelijk door de rijke beschrijvingen van de levens van de opvallende en gewone mensen in Japan in die tijd.
Kamakura-Muromachi Periode (1185-1573)
In de tweede helft van de 12e eeuw grepen strijders van de Taira Clan (Heike) de politieke macht op het imperiale hof, die feitelijk een nieuwe aristocratie vormden. Heike mono-gatari (het verhaal van de Heike), wat de opkomst en val van de Taira weergeeft met de nadruk op hun oorlogen met Minamoto clan (Genji), werd voltooid in de eerste helft van de dertiende eeuw. Deze periode heeft ook literatuur voort gebracht van kluizenaren, typerend door Kamo no Chomei´s Hojoki (een beschrijving van mijn hut) (1212), wat de onzekerheid over het bestaan weergeeft, en Yoshida Kenko´s Tsurezuregusa (opstellen in nutteloosheid) (ca 1330), een werk gekenmerkt door doordringende weerspiegelingen van het leven.
Edo Period (1603-1868)
Op het gebied van proza kwamen twee giganten op: Ihara Saikaku, die het leven van koopmannen uit Osaka, wn Chikamatsu Monzaemon, die joruro hebben geschreven, een vorm van het vertellen van verhalen waarbij gezongen wordt, en kabuki speelt. Deze schrijvers hebben voor een bloeiende literatuur gezorgt. Later schreef Yosa Buson het fantastische haiku over de natuur, terwijl fictie schrijver Ueda Akinari een collectie gotische verhalen met zich mee bracht met de naam Ugetsu monogatari (verhalen over maanlicht en regen) (1776).
Meiji Periode tot het heden
Tijdens de meiji periode nam Japan, onder westerse invloed, de eerste stappen in de ontwikkeling van de moderne literatuur. In het meiji tijdperk werd de eenmaking van geschreven en gesproken taal gesteund, en Futabatei Shimei´s Ukigumo (voorbijgaande wolken) (1887) kreeg succes als een nieuwe vorm van roman. In poëtische cirkels leidde die invloed van buitenlandse gedichten tot een "nieuwe stijl" en het werd steeds verder uitgebreid. Romanschrijvers Mori Ogai en Natsume Soseki hebben in Duitsland en Engeland gestudeerd, en hun werken reflecteren de invloed die de literatuur van die landen hebben gehad. Soseki heeft veel getalenteerde schrijvers geholpen. Een van hen, Akutagawa Ryunosuke, schreef vele geweldige romans gebaseerd op zijn gedetailleerde kennis van de klassieke japanse literatuur. Zijn zelfmoord in 1927 was een symbool van de folterende pijn die Japan doorging door de snelle modernisering, een enorm groot thema van de moderne japanse literatuur.
In 1968 werd Kawabata Yasunari de eerste japanner die de Nober prijs voor literatuur won, en Oe Kenzabura won hem in 1994. Deze schrijvers zijn, samen met anderen zoals Tanizaki Jun'ichiro, Mishima Yukio, Abe Kobo, and Inoue Yasushi, vertaald in andere talen.
|
|






