Japanse Grammatica
Bepaalde aspecten van de japanse grammatica zijn zeer betwistbaar. Japanse grammatica kan gekenmerkt worden door de volgende belangrijke kenmerken:De basis zinsopbouw van de japanse zin is onderwerp-verklaring. Bijvoorbeeld, kijk eens naar de zin "kochira wa, Sanga san desu". Kochira is het onderwerp van de zin, aangewezen door wa; dit betekend "voor deze persoon". Het werkwoord is desu ("zijn")- Als een zin is Sanga san desu de verklaring. Deze zin betekend vrij vertaald "als voor deze persoon, (het) is Mr Sanger". Dus japans, zoals koreaans en chinees ook een beetje, wordt vaak een onderwerp-prominent taal genoemd.
Japanse naamwoordn hebben over het algemeen geen aantal of geslacht. Dus hon (boek) kan in het enkelvoud én meervoud worden gebruikt. In het geval van een klein aantal inheemse woorden (of proto-japanse inplaats van die van chinese oorsprong) wordt het meervoud aangegeven door verdubbeling. Bijvoorbeeld, hito betekend "persoon" terwijl en hitobito betekend "mensen"; ware is een vorm van "ik" en wareware betekend "wij". Soms geven achtervoegsels ook meervoud aan. Voorbeelde hier van zijn de achtervoegsels -tachi en -ra: watashi, een vorm van "Ik", wordt watashitachi, wat "we" betekend, en kare (hij) wordt karera (hun).
Met enige uitzonderingen is japans SOV (met het werkwoord aan het eind van de zin). Het heeft ook een ongemerkte zins volgorde van tijd manier plaats.
Werkwoorden worden vervoegt om tijden te laten zien, waar er twee van zijn: verleden tijd en tegenwoordige tijd. De tegenwoordige tijd in het japans heeft de functie van de tegenwoordige tijd en de toekomende tijd, terwijl de verleden tijd in het japans de functie heeft van alleen de verleden tijd. Het verschil tussen de twee acties zijn voltooid (perfect) of nog niet voltooid (imperfect).
Er zijn drie soorten worden die je kunt vergelijken met bijvoeglijk naamwoorden: stative werkwoorden, koppel naamwoorden, en een klein groepje echte japanse bijvoeglijk naamwoorden. Beide koppel naamwoorden en stative werkwoorden kunnen de basis zijn voor zinnen, en beide verbuigen, maar ze kunnen niet vervoegt worden zoals andere werkwoorden.
De grammaticale functie van de naamwoorden wordt aangetoond door postposities. Waaronder bezit, onderwerp, lijdend voorwerp, indirect voorwerp en anderen. Het onderwerp wordt ook aangegeven door een voorzetsel. Deze delen hebben een extreem belangrijke functie in het japans.
In het japans zijn er vele verschillende manieren om iets op een beleefde manier te zeggen, ook een andere vervoeging van werkwoorden en speciale werkwoorden en voornaamwoorden.
Het werkwoord desu/da is het koppelwerkwoord, maar het is niet helemaal gelijk een het engelse ´to be´ en heeft ook vaak een andere functie in de zin. In de bovenstaande zinnen heeft het de gecopuleerde rol van gelijkheid gespeeld: A=B. Een afzonderlijke functie van "to be" moet het bestaan aanduiden, waarvoor de werkwoorden arimasu/aru en imasu/iru voor levenloze en levende dingen gebruikt wordt.
Streng gesproken is dusu een afkorting van-de, het deel dat het onderwerp aanvult, (zie copula) en su, een klinker/medeklinker van gozaimasu. Dus een alternatieve, meer nauwkeurige taalkundige ontleding van Kochira-wa, Sumisu-san desu is Kochira-wa, Sumisu-san-de su:
Kochira-wa Deze persoon, onderwerp
Sumisu-san-de Mr Smith, aanvullend onderwerp
su (=gozaimasu) is, (levend)
Het engelse werkwoord "to do" (suru, beleefde vorm shimasu) wordt vaak gebruikt om werkwoorden van actie naamwoorden te maken (aisuru "houden van", benkyosuru "studeren". enz.). In het japans worden ook vaak samenstellingen van werkwoorden gebruikt. (b.v. tobidasu "uit vliegen, vluchten" van tobu "vliegen, springen + dasu "uitgaan").
Er zijn vele afgeleide vormen van woorden die van het een het ander maken. Naamwoorden kunnen veranderen in werkwoorden, bijvoeglijk naamwoorden in naamwoorden, werkwoorden en andere vormen enz. Werkwoorden hebben er in tegenstelling tot andere afgeleide vormen één (de -tai vorm) wat de zelfde functie heeft als een bijvoeglijk naamwoord "iets willen doen"; b.v. tabetai desu "ik wil eten".
Het japans heeft veel voornaamwoorden die bij verschillende gelegenheden gebruikt worden en verschillende voornaamwoorden voor mannen en vrouwen, jonger en ouder enz. Deze voornaamwoorden worden niet constant gebruikt, ze worden ook vaak weggelaten als het duidelijk is over wie het gaan. In plaats van "Watashi wa byoki desu" (ik ben ziek), zou iemand zeggen "Byiki desu" (ben ziek). Een werkwoord zou makkelijk voor een hele zin kunnen staan.






